Categoriearchief: Authenticiteit

Diep in je hart

De waarheid doet pijn, maar als je hem ziet weet je wat je te doen staat

Roos Vonk, Psychologie Magazine, januari 2015

The truth will set you free, but first it will piss you off. Deze uitspraak van Gloria Steinem geeft heel mooi uitdrukking aan het spanningsveld tussen je prettig voelen en de werkelijkheid zien. We willen gelukkig zijn, maar we willen óók de waarheid weten – over de wereld, onze naasten en onszelf. De waarheid is vaak pijnlijk. In psychologisch onderzoek is zelfs gebleken dat mensen die niet door een roze bril kijken, vaker depressief zijn.

Als de keus gaat tussen je fijn voelen en de waarheid weten, wat kies je dan? De meeste mensen kiezen voor de waarheid, zeggen ze. Tegelijkertijd is dat niet wat we feitelijk doen. We nemen loopjes met de waarheid en sluiten geregeld onze ogen voor wat we niet wíllen weten.

Terwijl we dat doen, maken we onszelf ook nog wijs dat we de waarheid wél weten. Ik ken dat uit eigen ervaring, uit de tijd dat ik verliefd was op de verkeerde. Ik overtuigde mezelf dat ik best gewoon leuk en vrijblijvend met hem om kon gaan, en dat ik echt wel wist waar ik mee bezig was. Als ik er nu op terugkijk, besef ik dat ik al die tijd toch stiekem hoopte dat hij over de brug zou komen.

Er is blijkbaar een verschil tussen de waarheid weten en weten - met heel je hart. De waarheid is niet een verhaal dat je vertelt aan jezelf of aan je vriendinnen om te laten zien dat je heus geen sufferd bent. Dat zijn woorden. Die zijn, volgens levensgoeroe Krishnamurti, even weinig betekenisvol als de beschrijving van brood voor iemand die honger heeft.

De waarheid is een kwartje dat moet vallen tot in het diepst van je wezen, en als het daar valt doet het pijn. Je wordt daar in eerste instantie ongelukkig van. It will piss you off. Maar wat zich daarna kan ontspinnen is interessanter: de opening, de bevrijding.

Krishnamurti zegt: inzicht = handeling. Als je de werkelijkheid ziet zoals die is, leidt dat vanzelf tot de juiste actie. Als je ziet dat je op een afgrond afloopt, stop je met lopen. Als je ziet dat je bij een droge bron staat te wachten op water, loop je verder. Het probleem is dat we die waarheid vaak niet wíllen zien. "Ik wéét het wel, maar het vóelt anders", zeggen we dan. Maar dat komt enkel doordat je gevoel er niet aan wil. Dan ben je onbewust nog bezig jezelf te beschermen tegen de pijn.

Mijn ex-geliefde was een droge bron, maar ergens diep van binnen had ik mezelf toch aangepraat dat er wel een keer water uit zou komen als ik genoeg kunsten uit de kast haalde. Dus het voelde niet goed om weg te gaan. “Mijn gevoel zegt dit en mijn verstand zegt dat. Wat moet ik nou?’”  

In de visie van Krishnamurti heb je dan gewoon nog niet echt gezien wat er aan de hand is. Het probleem is niet de actie, het probleem is het inzicht. Als je echt in je hart ziet wat er gebeurt, en wat het met je doet, dan is er helemaal geen conflict tussen 'gevoel' en 'verstand'. Dan doe je wat je te doen staat.

Normaal

Waarom we niet allemaal bijzonder kunnen zijn

normaal

Roos Vonk*

Steeds meer kinderen (61%) willen beroemd worden.** Als sporter (jongens), zangeres, filmster of fotomodel (meisjes). Ze willen beroemd worden om rijk te zijn en in een groot huis te wonen (29%), om anderen blij maken (32%) en omdat iedereen het dan over hen heeft (11%).  Maar wie blijft er nog over om blij gemaakt te worden en het over hen te hebben, met zoveel potentiële beroemdheden? Hoewel vandaag de dag mensen van allerlei allooi op TV kunnen komen, is het toch ook inherent aan beroemd zijn dat het gaat om een kleine, selecte groep van mensen die iets bijzonders hebben. Ze zijn beroemd vanwege dat bijzondere, of dat nu hun talenten zijn, hun schoonheid, de ernst van hun wandaden, hun onoirbare capriolen of andere buitenissigheden.

Dit weerspiegelt een algemener probleem: we willen allemaal bijzonder zijn, en dankzij een gezonde dosis zelfbedrog menen we dat ook te zijn. Wij zijn bijzonderder dan anderen. Zo vinden we meestal dat onze kwaliteiten en talenten niet zoveel voorkomen – dus ons uniek en bijzonder maken (onze gebreken daarentegen, "dat heeft toch iedereen"). Ook vinden we dat we diepere gedachten en gevoelens hebben dan anderen, en dat we veel tegenstrijdigheden in ons verenigen terwijl andere mensen meer ‘flat characters’ zijn: we zijn soms serieus, soms vrolijk; soms zacht en gevoelig, maar steviger als het nodig is; uiterlijk vol zelfvertrouwen, maar van binnen soms onzeker; en we laten onze diepere lagen niet aan iedereen zien. Kortom, heel bijzonder en complex allemaal.

Er zijn maar weinig mensen die zeggen: “Ik ben eigenlijk heel doorsnee”. En toch is dat wat de meesten van ons zijn, statistisch gezien. De manier waarop eigenschappen en kwaliteiten zijn verdeeld in een bevolkingsgroep volgt meestal een zogenoemde normaalverdeling. Neem bijvoorbeeld intelligentie. Het gemiddelde IQ is 100. Verreweg de meeste mensen schommelen rond dat gemiddelde. Velen hebben een IQ van ongeveer 100; 2/3 van de mensen heeft een IQ tussen de 85 en 115. Al deze mensen zijn ‘normaal’: zij hebben een gemiddelde intelligentie. 1/3 van de mensen valt buiten dat ‘normale’ gebied: 1/6 eronder en 1/6 erboven. Dus zo'n 16% van de mensen heeft een bovengemiddeld IQ (boven de 115). In de veelal academische omgevingen waar die mensen verkeren is dat ook weer niet erg bijzonder.

Vele andere kenmerken volgen dezelfde normaalverdeling. Denk aan lichaamslengte, creativiteit, zelfvertrouwen, muzikaal talent, schoonheid; voor al die kenmerken geldt dat verreweg de meeste mensen gemiddeld zijn en slechts enkelen boven het maaiveld uit steken.

Dit betekent dat we uit de aard der zaak bijna allemaal heel normaal en doorsnee zijn. Tegelijkertijd denken we dat wij, met onze bijzondere kwaliteiten, boven die middelmatige meute uitstijgen. Dat is wishful thinking, en ook dat is heel normaal. Het is maar een zeldzame enkeling die zegt “Ik ben heel gemiddeld”. Zo zeldzaam dat het bijzonder is.

 

De strateeg in ons

Hoe ons strategische zelf ontstaat en onze onbevangenheid belemmert

 

Roos Vonk

Aan het eind van de basisschool deed ik een ontdekking. Als je lachte om de grapjes van jongens, vonden ze je leuk. Aldus won ik op mijn sloffen de strijd met ‘het andere leukste meisje van de klas’. Het lachen om andermans grapjes werd een tweede natuur. Nog tot ver in de twintig betrapte ik mezelf erop dat ik lachte om flauwe of foute lolbroekerij van mannen.

Dit is een voorbeeld van wat het ‘strategische zelf’ vermag: het deel van onszelf dat al vroeg leert met welk gedrag je succes en sympathie kunt verwerven. Vanaf het moment dat kinderen een ‘ik’ gaan ervaren dat is afgegrensd van de ‘ander’, hebben ze ook zorgen over hoe die ander hen bejegent. Die zorgen zijn bij ieder kind anders, maar ze beginnen bijna altijd met: ‘Ze zullen me…’ (uitlachen, negeren, dom vinden, overslaan, lastig vinden, enzovoort). Terugdenkend aan je kindertijd, weet je misschien nog wat je eigen overheersende ‘ze-zullen-me’ was. Als kind vind je een strategie om te zorgen dat ‘ze’ je zien staan en dat je meetelt. Ook die verschilt per kind. De een doet braaf, de ander hangt de pias uit, een derde slooft zich uit op school. Zo ontstaat het strategische zelf: het deel van jezelf dat actief wervend liefde, aandacht of bewondering bij je brengt.

Het zou te simplistisch zijn te zeggen dat dit deel van het zelf niet ‘echt’ is. Wie je bent komt immers ook tot uiting in je ‘strateeg’. Bovendien vergroei je er zó mee, dat het onderscheid vaak niet meer te maken is: de strateeg wordt een tweede natuur.

De strateeg kan ook geweldig nuttig zijn in allerhande situaties, dus er is geen reden hem overboord te zetten. Toch is het goed af en toe even uit te zoomen en je eigen strategische gedrag te aanschouwen. Hoe je je best zit te doen om onderhoudend of grappig te zijn, sociale banden te smeden, iemands gezicht te redden of je eigen gezicht, een ander niet tot last te zijn of juist wél opgemerkt te worden… vermoeiend allemaal! En als je bekijkt hoe ons aller strategen het sociale verkeer met elkaar regelen, denk je al snel ‘Hou even óp zeg!’ Je gaat verlangen naar waarachtigheid en puurheid, naar ontspanning.

Voor mijzelf verklaart dit waarom ik in het contact met dieren vaak meer ‘tot mezelf’ kom en meer kan ontspannen dan met mensen. Bij dieren hoef je nooit strategisch te zijn. Ze nemen je volledig zoals je bent. Die onbevangenheid, het volledig accepteren zoals het is, vind ik heerlijk verfrissend.

Onlangs heb ik ontdekt dat er nóg een situatie is waarin de strateeg afwezig is: als ik tv kijk. Als kind vroeg ik eens aan mijn moeder of de mensen op tv ons ook konden zien. Nu ik weet dat dat niet zo is, kan ik de mensen op tv volledig open en onbevangen waarnemen. Ik heb het idee dat ik daardoor veel scherper zie wat er aan de hand is, meer kan meevoelen, geraakt worden. Alle energie die normaliter opgaat aan het zenden is vrij om te ontvangen.

Ik had nooit gedacht dat ik deze conclusie nog eens zou trekken, maar mensen zijn misschien wel het leukst als ze tv kijken. Het meest onbevangen en authentiek. Zonde dat niemand dat ziet.

Alice in wonderland

POP's en 'weten waar je naartoe wilt' belangrijk voor je carrière? Geloof er maar niks van. 

alice_in_wonderlandRoos Vonk*

Ik ben gek op talentenprogramma’s. Het vaak verbluffende muzikale talent, de grappige jury-commentaren, de emotie: ik vind het allemaal prachtig. Maar één ding vind ik verontrustend: zogenaamd deskundige adviezen in de stijl van 'Je redt het alleen als je precies voor ogen hebt wie je wilt zijn en waar je naartoe gaat'.

Ik vind dat net zo’n bezopen idee als persoonlijke ontwikkelplannen (POP’s) voor werknemers. Alsof je vooraf kunt bedenken en plannen wie je worden wilt. Alsof je het gaat maken als je het maar hard genoeg denkt en helder genoeg voor je ziet. Weet je nog niet precies waar je naartoe wilt, ben je nog zoekende, dan kom je ook nergens, lijkt de gedachte.

Door die overdreven rol die voor ambities en targets wordt weggelegd, gaan mensen niet alleen denken dat ze alles kunnen bereiken wat ze willen (echt niet hoor), ze worden ook ik-gericht en ongevoelig voor wat er om hen heen gebeurt. Ze moeten zich immers vastbijten in hun droom.

Ik geloof in een heel ander motto, uit het boek Alice in Wonderland: If you don’t know where you’re going, any road will take you there. Deze wijsheid wordt ook wel bedoeld als kritiek op iemand die maar wat aanrommelt, maar ik zie dat anders. Net als Alice moeten we van alles proberen en meemaken, om al doende te ontdekken wie we zijn. Een beetje hier neuzen, een beetje daar, een zijpad volgen, op onze schreden terugkeren, vallen en opstaan, modderen, klooien, het hoort er allemaal bij. Alleen door het terrein te verkennen kom je erachter wat bij je past. Dat kun je niet van binnen bedenken, dat ontdek je tijdens je ervaringen met de wereld om je heen. Al doende ga je bovendien nieuwe kanten aan jezelf ontdekken. Niet door naar binnen te kijken, maar gewoon door deel te nemen aan het leven.

Mijn advies zou zijn: weet maar liever niet wie je bent en wie je wilt worden, leg dat niet vast. Verdraag de onzekerheid daarvan, en gebruik de ruimte en openheid. Go with the flow, onbevangen, ga op ontdekkingsreis. Al doende zal blijken dat je juist op die hobbelige, kronkelige, onbestemde weg ongemerkt ontdekt wie je bent. En dat dat ook best weer kan veranderen als je een nieuwe hoek omslaat.

 

Vergeet jezelf

Echt jezelf zijn betekent dat je jezelf moet vergeten

Roos Vonk

Ik schrijf vaak over de minder leuke kanten van mensen. Hun ijdelheid, hun doorzichtige opschepperijtjes, hun onwetendheid, hun zelfverlakkerij, hun lulligheid. Nu wil ik het eens hebben over iets wat leuk is aan mensen.

Vor mij is er één wezenlijk kenmerk dat de basis is van alle sympathieke uitingen van mensen: het vermogen jezelf te vergeten. Een kunstenaar die helemaal opgaat in zijn creatie, is zichzelf vergeten. Iemand die pardoes in de gracht springt om een drenkeling te redden, is zichzelf vergeten. Iemand die uitzinnig van blijdschap een ander in de armen vliegt; iemand die televisie kijkt en meehuilt of meelacht met wat daar gebeurt, en bij het happy end tegelijkertijd een lach en een traan produceert; kinderen die in hun spel opgaan; iemand die daarnaar zit te kijken vol vertedering; iemand die loopt te genieten van mooie luchten en fluitende vogels; of gewoon van lekker schoffelen in de tuin of prutsen aan de auto.

Het zijn allemaal momenten waarop je open en onbevangen bent. Je gaat op in iets buiten jezelf. Helaas duren die momenten vaak maar kort. Voor je het weet herinner je je weer dat er een ‘ik’ is. Een ik dat alsmaar strategisch in de weer is om de wereld te laten zien dat het belangrijk en bijzonder is en erbij hoort. Een ik dat dingen te persoonlijk opvat, zich tekort gedaan voelt, zich afvraagt of een ander het beter heeft, zich wil bewijzen, laten gelden, bezorgd is of het er wel toe doet.

Dit is naar mijn idee waar het om draait als het over authenticiteit gaat. Iemand vertelde me laatst over een conflict met zijn afdeling, die het oneens was met een maatregel. Ergens in het gesprek vroeg ik: “Stel je voor dat je niet meer hoeft te bewijzen dat je een goeie manager bent. Stel je voor dat je allang waardevol bént, en dat weet. Wat zou je dan doen in deze situatie?” Hij dacht even na en zei: “Dan zou ik beter luisteren naar hun argumenten. Ik zou me afvragen of ze gelijk hebben. En als het echt moest zou ik het toch doorzetten en niet bezorgd zijn wat ze dan van me denken. Ik zou meer mezelf kunnen zijn.”

Dat was de spijker op zijn kop. Vraag je eens af: wat zijn voor jou de momenten waarop je het beste of het leukste van jezelf laat zien? Momenten dat je vertederend bent, ontwapenend, of respect afdwingt? Ik wil er wat om verwedden dat dat vrijwel zonder uitzondering momenten zijn dat je ergens in op gaat en niet met jezelf bezig bent. Dan ben je helemaal uzelf, in optima forma; dan ben je puur en echt. Om helemaal jezelf te kunnen zijn, moet je jezelf vergeten.

Behaagziek

Hoe je de vicieuze cirkel van onzekerheid en behaagzucht doorbreekt 

Roos Vonk

If you have it, you don't need it.
If you need it, you don't have it.
Deze uitspraak van de Amerikaanse psycholoog Richard Ryan gaat over zelfwaardering. Onzekere mensen stellen zich vaak de vraag ‘Hoe krijg ik meer zelfwaardering?’ Mensen met zelfvertrouwen denken daar zelden over na. Het ís er gewoon en lijkt van binnenuit te komen.

Lijkt, want in feite speelt de omgeving een enorme rol. Als je succesvol en geliefd bent en door anderen wordt gewaardeerd, krijg je van alle kanten de boodschap: ‘Jij doet er toe’. Je gaat op rolletjes. Vergelijk het met de tank van je auto: Heb je benzine zat, dan kun je lekker rijden en om je heen kijken. Is de tank bijna leeg, dan let je de hele tijd op je meter en als je al naar buiten kijkt, wil je alleen weten of er een benzinepomp in zicht is.

Mensen met een lage zelfwaardering doen hetzelfde; ze zoeken naar bevestiging en geruststelling. Maar juist dit soort gedrag, dat op korte termijn het beoogde effect kan hebben, leidt op langere termijn tot verdere ondermijning van de zelfwaardering. Door de behoefte in de smaak te vallen of het goed te doen, richten ze de antenne vooral naar buiten (wat wordt door anderen gewaardeerd?) en verliezen het contact met eigen waarden en drijfveren (waar sta ik voor, waar geloof ik in?). Uiteindelijk is dat toch weer slecht voor de zelfwaardering, waarmee de cirkel rond is: nog meer behoefte aan bevestiging.

Een lage zelfwaardering leidt er ook toe dat mensen veel over zichzelf piekeren (‘Heb ik dat wel goed gedaan’, ‘Zouden ze nu niet denken dat...’) en zich bij allerlei gebeurtenissen afvragen wat het over hèn zegt. Dit kan resulteren in zogenoemd verborgen narcisme, waarbij je zaken te veel op jezelf betrekt. Zit er iemand te gapen als je praat, dan denk je meteen ‘Ik ben saai’ (in plaats van ‘Wat onbeleefd’). Krijg je op een e-mail geen reacties, dan denk je ‘Ze vonden het niks’ (in plaats van ‘Ze hebben het niet gelezen’).  

Je vergeet dan dat de wereld niet om jou draait – dat mensen gapen omdat ze moe zijn, niet op mails reageren omdat ze het te druk hebben – en dat anderen ook gewoon met zichzelf bezig zijn en niet met jou. Je energie gaat de verkeerde kant op: naar jezelf in plaats van ‘de zaak’. Je zet je in om te laten zien dat je goed genoeg bent, in plaats van om het doel te bereiken waar het eigenlijk om gaat. Bij het houden van een presentatie bijvoorbeeld, draait al je aandacht om de vraag ‘doe ik het goed?’ en niet om het ‘hogere’ doel, bijvoorbeeld anderen overtuigen en informeren. Als je aandacht dáárop gericht zou zijn, zou je veel geïnspireerder zijn – waarmee de vraag ‘doe ik het goed?’ al overbodig wordt.

De laatste tijd, bij het aanschouwen van het gestrubbel van sommige politieke partijen, dacht ik vaak: politici zijn net mensen, en politieke partijen ook. Staan ze goed in de peilingen, dan blaken ze van zelfvertrouwen en rijden als een zonnetje. Gaat het slecht, dan gaan ze praten over ‘beter communiceren waar we voor staan’ en ze gaan navelstaren rond de absurde vraag ‘wat is ons verhaal’ – een schijnvertoning, want het gaat er vooral om welk verhaal het publiek aanspreekt. Om de vicieuze cirkel van behaagzucht te doorbreken, zouden ze juist moeten luisteren naar de ‘drive’ van binnen, die borrelt, bruist, prikkelt en stuwt – als je er tenminste écht naar luistert, en niet met een schuin oog op de peilingen of gedachten aan een pakkende soundbite over ‘geloven in eigen kracht’.

 

Emotionele incontinentie

Hoe de dictatuur van emoties onze volwassenheid en keuzevrijheid beperkt

Roos Vonk*

Vroeger keek ik geregeld naar de Jerry Springer-show. Ik vond het fascinerend en grappig hoe die mensen zich kwaad maakten en hun emoties niet in bedwang hadden. Inmiddels is dat saai geworden: je ziet emoties overal, vooral op tv. Ooit werd het uiten van emoties gezien als onvolwassen en primitief. Volwassenheid en beschaving betetekende: jezelf beheersen, je verstand volgen. Nu kijken we daar heel anders tegenaan. 'Je moet je gevoel volgen', 'Je moet het uiten'. Dat heeft misschien iets te maken met onze hang naar authenticiteit. We hebben de indruk dat iemand ‘echt’ is als ie z’n emoties toont. Je kunt dan moeilijk zeggen 'Rot op met je gevoel'. Emoties zijn een directe uiting van wat daarbinnen gebeurt. Misschien is het ook daardoor dat politici steeds vaker hun toevlucht nemen tot grof taalgebruik. Dat is immers een uiting van emotie en komt dus authentiek over.

De kunst van het authentiek overkomen wordt inmiddels tot in de perfectie doorgevoerd – en als ‘kunst’ is het, per definitie, niet authentiek. Denk maar aan Geert Wilders, die het woord ‘kopvoddentax’ lanceerde na een kleine hapering alsof ie het ter plekke bedacht, het welbestudeerde 'Pleur op' van Rutte, en het 'Doe eens normaal man'-spel van Wilders en Rutte dat bijna uitdraaide op een wedstrijdje ‘wie doet het meest spontaan’.

Blikvernauwing

Steeds meer mensen uiten zich fris-van-de-lever en ruw-van-de-tongriem, in het gewone leven en op TV. We leven in een soort constante Jerry Springer-show. Deze emotionele onzindelijkheid heeft tot gevolg dat we steeds minder oefenen in een belangrijke vorm van emotionele intelligentie: zelfbeheersing en impulscontrole. Ja, je zou het haast vergeten, maar het is niet emotioneel intelligent om alles ongecensureerd eruit te knallen. Het is infantiel, het is voor de medemens hinderlijk, en uiteindelijk ook voor jezelf. Want het líjkt heel vrij – wie houdt me tegen, ik heb recht op mijn gevoel! – maar in feite beperkt het je vermogen om werkelijke vrije keuzes te maken. Als je jezelf niet oefent in beheersing, ontneem je jezelf de kans te leren uitzoomen en zaken van meer kanten te bekijken.

Het hele idee dat emoties je ware zelf weerspiegelen, berust op een misvatting. Iedereen die zich weleens door emoties heeft laten meeslepen, weet dat je er de volgende dag vaak heel anders tegenaan kijkt. Emoties veroorzaken blikvernauwing: je kunt alleen nog dingen bedenken die de emotie bevestigen en waarmee je jezelf vaak nog verder opjut. De reflectie, het vermogen om verschillende opties af te wegen, het besef van de lange termijn en van andere mogelijke perspectieven, is op zulke momenten zeer beperkt. Keuzevrijheid, het kunnen regisseren van je eigen leven, staat en valt bij het vermogen om je eerste impuls te beheersen.

De tegenwerping dat ‘jezelf inhouden’ ongezond is of leidt tot zielloze rationaliteit is volstrekt onterecht. Juist vanuit je waarden, idealen, datgene waar je in gelooft heb je een ruimere blik, waarin ook ruimte is voor je relatie tot anderen en voor je belangen op langere termijn. Als je in de emotie schiet is er alleen de dwingendheid van het kleine kind, de korte-termijn-visie van de primitieveling. Gooi de volgende keer nu eens niet je emoties ‘eruit’, maar hou ze bij je en verdraag ze. Ja, dat is hard werk. Maar moet je eens opletten hoe je daarmee bij je  ‘authentieke’ kern komt.

 

Zijn met wat er is

Mindfulness betekent ongemak accepteren, niet repareren. Geen verlichting zonder shit.

 

Roos Vonk

Verlangend kijk ik naar een foto van een vrouw in een hangmat; haar ogen dicht, omringd door groen en bloeiende bloemen. Op de achtergrond een schattig prieeltje. De zon schijnt. Ze ligt met haar handen in haar nek, heerlijk ontspannen. “Live mindfully” staat er boven. ‘Doe mij zo’n mindful leven!’ denk ik; met zon, zonder zorgen, in een hangmat.

Maar klopt dat nou eigenlijk wel? vraag ik me het volgende moment af. Dit is iemand in een mooie omgeving die lekker vrij heeft. Ja duh, zo kan ik ook mindful zijn! Mindfulness betekent toch juist dat je met aandacht aanwezig bent in het hier-en-nu, ook als je niet wordt omringd door bloemen en fluitende vogels. Mindful aanwezig zijn op je werk in een overleg dat vast zit, probeer dát eens; in de regen als je op de fiets zit; en in je lichaam als je met verkrampte schouders achter de computer zit te stressen. Mindfulness is ook: presentie. Aanwezig zijn, met aandacht en alertheid. Als je dat echt kunt in een hangmat, dan ben je wel een zéér gevorderde, hoor.

De kneep is dat we dat allemaal niet zijn en de essentie van boeddhistische wijsheid vaak missen. We willen meditatief en verlicht zijn, omdat we daarmee negatieve gevoelens hopen te beheersen of overstijgen – terwijl het idee nu juist is dat we ongemak en gebrek accepteren als onlosmakelijk deel van de eb en vloed van het leven, in plaats van het te willen fiksen. We denken “O ja, mediteren” als we ons rot voelen – waarmee we er een remedie tegen misère van maken. Daarmee zetten we het paard achter de wagen, want mindful, beschouwend en meditatief zijn – hoe je het ook wilt noemen – vereist nu juist dat je het niet doet om iets te repareren. Het is meer een soort mentale hygiëne die je dagelijks – bij voorkeur op een vast tijdstip – moet onderhouden, net als tandenpoetsen.

Met onze Westerse behoefte aan beheersing en overwinning van al wat ons dwars zit, hebben we er een kunstje van gemaakt, een techniek om geluk te bereiken. Maar “zijn met wat er is” betekent juist ook: zijn met de tegenslag, onrechtvaardigheid, afwijzing, onzekerheid en mislukking die óók bij het leven hoort. ‘Verlichting’ zonder dat alles is een spirituele bypass, een short-cut waarbij je de essentie doodleuk overslaat.

De crux vind ik mooi samengevat in – grappig genoeg – twee Amerikaanse no-nonsense zegswijzen. 1: Shit happens. Het hoort erbij, en wil je werkelijk met twee benen in het heden staan, dan moet je je onvrede even liefdevol omarmen als de zonnige hangmat. Voluit aanwezig zijn bij al wat er is, ook dat wat je niet bevalt. En 2: There’s no such thing as a free lunch. Geen rijkdom zonder werk, geen plezier zonder geweten, geen aanbidding zonder opoffering, zei Ghandi. En geen verlichting zonder shit.

Wil je je gewoon lekker voelen, ja dán kun je juist beter je ogen sluiten voor een groot deel van wat er om je heen gebeurt in de wereld. Dat is immers vaak geen rozengeur en manenschijn. Wake up and smell the coffee: mindfulness is juist de kunst om werkelijk ‘wakker’ en aanwezig te blijven in de volle, verontrustende werkelijkheid.

 

Egotrip

Hoe succes de authenticiteit ondermijnt

Roos Vonk

Met oprechte bevlogenheid en inspiratie kunnen mensen heel succesvol worden. Hun werk trekt aandacht, ze worden bewonderd en geprezen. Juist door hun authentieke gedrevenheid oogsten ze waardering en zijn ze een voorbeeld voor anderen. Heel vaak is dat het begin van het einde. Het succes gaat een eigen leven leiden en wordt een doel op zich. Wèg authenticiteit en intrinsieke drive.

Het kan bijvoorbeeld gebeuren bij iemand die bovengemiddeld goed is in zijn vak en zo betrokken dat hij opklimt tot leidinggevende. Na een tijdje is die persoon niet meer bezig met het vak waar zijn expertise en zijn bezieling lag, maar met managen. Soms gaat dat goed, maar soms ook wordt het een zielloze bedoening. Hij kan of wil zijn verworven positie niet opgeven vanwege de status of macht die eraan is gekoppeld. Maar dat zijn motieven van het ego. Zolang die de drijvende kracht zijn, zal hij nooit boven zichzelf uitstijgen en dus als leider nooit werkelijk het verschil maken.

Een goede leidinggevende handelt vanuit volstrekte oprechtheid, betrokkenheid bij anderen, de behoefte om de wereld of minimaal zijn eigen afdeling beter te maken, en een visie op hoe dat moet. Idealiter is het voor iedereen zichtbaar dat die visie een groter belang omvat, en dat de leidinggevende niet stiekem allerlei dingen wil bereiken ter meerdere glorie van zichzelf, maar dat de goede zaak voor hem bovenaan staat. Door die overtuiging gaan mensen zich verbinden aan de ambities van de leider en ontstaat ‘team spirit’.

Deze ideale leidinggevende zal zeer succesvol en effectief zijn, en daar zit hem de kneep. Want als mensen succes oogsten en gewaardeerd worden, roept dat onvermijdelijk op zeker moment hun ego wakker, dat zegt: ‘Hé dit is lekker, hier wil ik meer van!’ Het succes wordt gekaapt door het ego, en vanaf dat moment is de authenticiteit zoek. In de woorden van een executive-searcher die ik ooit sprak: “Succes is een groot afbreukrisico als je niet intrinsiek bescheiden in het leven staat.”

Die intrinsieke bescheidenheid is zeldzaam onder mensen die de top bereiken. De enige remedie lijkt me een boeddhistische staat van verlichting waarin het ego is opgeheven. Maar voor ons westerlingen met aardse ambities is dat niet erg realistisch. Veel mensen die deze verlichting wél menen te hebben bereikt, maken ook hier weer een egotrip van: kijk mij eens bijzonder zijn, verheven boven iedereen in mijn verlichte staat. In your dreams, baby!

Omdat we allemaal maar mensen zijn, moeten we erkennen dat onze ijdelheid altijd op de loer ligt, klaar om onze ware betrokkenheid bij anderen en onze spirituele momenten van helderheid om te zetten in een miezerig egotripje. Zodra dat gebeurt worden de doelen waaraan we werken opeens heel klein. Te klein om anderen te inspireren, en zelfs te klein om ons eigen egootje te vervullen.